Write like there’s nobody reading
Okee. So much for the Blogrevival. Ik ben nog steeds aan het beademen hoor, niet schrikken. Het gaat alleen wat trager dan ik hoopte. Maar goed. Mijn lief maakt soep dus ik besloot te schrijven.
Ik mis schrijven. Daarnet dacht ik aan de volgende zinnen:
"?You've gotta' dance like there's nobody watching,
Love like you'll never be hurt,
Sing like there's nobody listening,
And live like it's heaven on earth.x94
-William W. Purkey
Ik realiseerde me dat ik nog steeds vooral schrijf voor de mensen die mijn log komen bezoeken. Dat moet anders. Hoe fijn ik die sporadische bezoeker ook vind, ik ga weer voor mezelf schrijven. Schrijf, alsof niemand het leest. Dus ik blijf hier, ik ga hopelijk weer wat meer schrijven, en ik ga dat vooral voor mezelf doen. Niet omdat het moet. Omdat ik het wil.
Soms kan ik het niet meer
Dag twee. Weer liet ik bijna verstek gaan. Maar ik ben er hoor, en ik type. Al gaat dat niet gemakkelijk, met moe lijf en hoofd. Want vandaag was de vijfde achtereenvolgende dag dat ik VRESELIJKE pijn had. Nou heb ik normaal gedurende de hele dag buikkrampen. Dus ik zeg regelmatig: "au mijn buik". Of: "ik heb een beetje buikpijn" (understatement). Maar de afgelopen vijf dagen waren buitengewoon. Zoveel pijn dat ik niet kan ademhalen, drinken, plassen, nadenken zonder te huilen van de pijn. En ik ben echt wel wat gewend geraakt na ruim anderhalf jaar pijn.
Dat duurde elke dag zo'n 6 uur, die pijnaanval. Uren waarin ik schreeuw, huil, of alleen apatisch voor me uit staar en zo stil mogelijk blijf liggen. Uren die me opbreken. Want met die pijn kan ik niet doen alsof ik niet ziek ben. Kan ik niet mijn grens nxf3g een beetje opschuiven. Kan ik niet txf3ch doen wat ik van plan was. Die pijn maakt me kapot. En dan kan ik alleen nog maar huilen, en jammeren, en fluisteren: "ik kan het niet meer. Ik wil niet meer. Ik kan dit niet. Ik wil geen pijn." En dan voel ik me klein en kinderachtig, maar ik kxe1n niet anders. De pijn verlamt me en maakt me iemand die ik niet wil zijn.
De pijn maakt een meisje van me dat ik mijn lief niet toewens. Een dochter die ik mijn ouders niet gun. Ik word er klein, kinderachtig en afhankelijk van. DAT WIL IK NIET. Dat KAN ik niet.
Ik doe zo mijn best om te zijn wie ik wil zijn. Maar soms kan ik dat niet meer. Dus nu kruip ik uitgeput in bed en hoop dat morgen mijn lijf me met rust laat. Zodat ik weer even mezelf kan zijn.
Blogrevival
Ik heb even getwijfeld. Ik vergat het bijna. Ik heb al twee weken vreselijke pijn en ben moe.
Maar ik ga het toch proberen. Ik doe mee met de blogrevival. Het leven van mijn blog hangt al tijden aan een zijden draadje. En dat van mij is niet het enige verwaarloosde blog. Er zijn er meer, van die blogs die eerst elke dag aandacht kregen, toen wekelijks, en nu alleen maar zo af en toe. Deze week worden die halfvergane blogs nieuwe adem ingeblazen. De beheerder schrijft een week lang elke dag een logje. Ik heb geen idee of het lukt. Want ik ben moe. En ik heb pijn.
Maar ik wil schrijven. Dus YEAH. Ik ben begonnen met reanimeren.
Blogrevival
Ik heb even getwijfeld. Ik vergat het bijna. Ik heb al twee weken vreselijke pijn en ben moe.
Maar ik ga het toch proberen. Ik doe mee met de blogrevival. Het leven van mijn blog hangt al tijden aan een zijden draadje. En dat van mij is niet het enige verwaarloosde blog. Er zijn er meer, van die blogs die eerst elke dag aandacht kregen, toen wekelijks, en nu alleen maar zo af en toe. Deze week worden die halfvergane blogs nieuwe adem ingeblazen. De beheerder schrijft een week lang elke dag een logje. Ik heb geen idee of het lukt. Want ik ben moe. En ik heb pijn.
Maar ik wil schrijven. Dus YEAH. Ik ben begonnen met reanimeren.
Ziek maar rijk
Gisteren verwoordde mijn lief het precies zoals het voelt. Dit is ongeveer wat hij zei. "Je hebt twee Adinda's die tegen je praten. Exe9n op je linkerschouder en de ander op je rechterschouder. Die op je linkerschouder is ziek, en schreeuwt en fluistert in dingen je oor waar de rechter-Adinda het niet mee eens is. Maar de linker-Adinda kan er niks aan doen, ze is ziek."
Zo voelt het. Ik denk en voel dingen waar ik tegelijkertijd van walg, waardoor ik boos op mezelf word. Boos op die zieke Adinda, agressief door dingen die ik denk en die ik mxe9xe9n als ik ze denk. En terwijl ik op zo'n moment wel weet dat het komt doordat ik ziek ben en moe en mijn hoofd niet goed werkt, ben ik tegelijkertijd bang dat het zo blijft. Dat ik die jaloerse, egoxefstische, hysterische, zich vastklampende Adinda blijf. En dat mijn lief die Adinda zat raakt, zoals ik haar zat ben.
De gezonde Adinda is nog niet sterk genoeg om tegen de zieke Adinda in te gaan. Gelukkig is er dan mijn lief. Mijn lief, die zegt dat het allemaal wel goed komt. Mijn lief, die van mij houdt ondanks mijn rare buien. Mijn lief die fluistert dat ik lief en leuk ben en dat hij altijd bij me blijft. Mijn lief, die ik op dat moment niet geloof, maar waar ik de volgende dag zo ontzettend veel genegenheid en dankbaarheid voor voel. Mijn lief gelooft dat de gezonde Adinda wint. Al is het maar omdat ik zo van mezelf walg als ik zo'n bui heb. Ik wxedl helemaal niet zo zijn. Ik wxedl leuk en lief zijn.
Wij verdienen dit niet, mijn lief en ik. We hoeven die zieke Adinda niet. Dus moet ik de rechter-Adinda sterker maken. Zodat de linker-Adinda stopt met schreeuwen, dan stopt met fluisteren, dan slechts nog sporadisch te horen is. Tot ik haar niet meer hoor en mezelf weer herken. Dat ik geloof dat ik lief en leuk ben en mijn lief bij mij wilt blijven. Dat ik me sterk voel, me niet meer schuldig voel, niet meer hysterisch raakt.
Ik krijg sinds kort hypnotherapie, heb een stage gevonden voor vier uur per dag en probeer twee keer per week te sporten. Ik kom er wel. En tot die tijd houdt mijn lief mij vast. Ik ben zo rijk.
Ziekzijn moet je kunnen
Laatst zat ik in de bioscoop met mijn lief en zijn moeder. We gingen naar King's Speech, een goede film trouwens, met een indrukwekkende cast. Het ging niet zo heel goed met me die dag en de rest van de week zou ik alleen maar depressiever worden, door ziekzijn en zorgen en dat txe9 lang. Maar dat wist ik toen nog niet en we gingen naar de bioscoop.
En ineens, BAM, overviel het me. De film was nog niet begonnen en er waren trailers bezig. Bij de trailer van deze film voelde het alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg. In de film krijgt een vrouw te horen dat ze kanker heeft. Op een gegeven moment zegt ze ietwat hulpeloos: "ik weet helemaal niet of ik dat kan, ziek zijn". Verdomme, dacht ik. En ik huilde. Want ziekzijn, of het nu dat vreselijke kanker is, of welke andere langdurige ziekte dan ook, dat moet je inderdaad maar kunnen. Je moet leren dat je ziek bent. Het aanpassen, grenzen stellen, hulp vragen, dat moet je maar kunnen. Omgaan met onbegrip en machteloosheid, van anderen maar ook jezelf, dat moet je maar kunnen. Omgaan met de woede en het verdriet. Verdomme, dacht ik. Ik kan dat helemaal niet.
Nxfa weet ik dat ik dat dus wel kan. Ik zie dat alleen niet op die depressieve momenten, die regelmatig voorkomen. Maar ondertussen ben ik ruim anderhalf jaar ziek en weet ik precies waar mijn grens ligt, ik weet wat mijn lijf kan en wanneer mijn hoofd het opgeeft. Ik mxf3et wel om hulp vragen want ik kxe1n het niet alleen, ziekzijn. Soms voelt het zo vreselijk alleen. Soms lijkt het alsof het alleen maar erger wordt allemaal in plaats van beter. Maar soms zijn er gouden momentjes. En als ik dan gelukkig ben, of trots, of alleen maar even blij, dan weet ik dat ik het kan, ziekzijn. Met alle hulp die ik krijg. En op een dag ben ik niet alleen maar Ziek, maar slechts ziek, terwijl ik leef en leef en leef.
Blind
Wat zou de wereld mooi kunnen zijn, dacht ze. Als ze maar zou kunnen zien. Ze wist dat ze op een bankje zat. Ze hoorde kinderen rennen en lachen. Ze voelde een hond met zijn snuit tegen haar scheenbeen duwen. Ze rook de lente. Ze hoorde vogeltjes. De wereld zou zo mooi zijn, als ze nou toch maar kon zien. Toen voelde ze de romp waar ze tegenaan leunde. De arm om haar schouder. De lippen die zachtjes tegen haar slaap drukten. En ze wist: op een dag zie ik weer. Tot die tijd wordt er voor mij en met mij gekeken, zodat ik straks weer zelf kan genieten van al het moois.
Dirty old man
Gisteravond laat liet ik het hondje uit. Ik loop dan om een grasveld aan de overkant van de straat heen. Meestal kom ik zo laat niemand meer tegen, hooguit een andere hondenbezitter die snel langsloopt en knikt. Nu zag ik een oudere man een auto uitstappen. Ik dacht: 'die komt laat pas thuis'. Ik liep toch al ongeveer zijn richting op dus ik kon mooi even kijken waar hij heen liep, nieuwsgierig als ik ben. Zijn linkerbroekspijp zat van achteren in zijn sok. Hij liep vrij langzaam, maar wel vastberaden in de richting van de begraafplaats. Meteen schoten er wilde gedachten door mijn hoofd. Misschien was zijn vrouw wel gestorven, en miste hij haar vreselijk. Normaal zou zij het tegen hem gezegd hebben, dat van die broekspijp. Wie weet, misschien kwam hij van een verjaardag, van zijn dochter die steeds meer op haar ging lijken. Misschien wilde hij even met haar praten, zoals ze vroeger samen praatten, als hij ergens mee zat. Ik was ondertussen halverwege het rondje met het hondje en ging iets langzamer lopen omdat ik benieuwd was of hij inderdaad naar de begraafplaats liep. Plots hield de man zijn pas in, keek om zich heen en draaide mij de rug toe. Toen hoorde ik het. Een harde straal, het geluid van kletterend vocht op blaadjes. Hij stond te plassen. Tegen de heg van de begraafplaats. Het duurde verbazingwekkend lang voor hij zijn broek dichtritste en verder liep. Mijn rondje was klaar en ik liep richting mijn huis, terwijl de man bleef lopen in tegengestelde richting van waar zijn auto stond. Toen ik de sleutel in het slot stak keek ik nog een keer om. Ik kon de man al haast niet meer zien. Hij stond even stil naast een lantaarnpaal in de verte. Er kwamen geen verhalen meer in mijn hoofd en zachtjes sloot ik de deur.
Komt wel goed, schatje
Mijn lief is voor zijn werk in Parijs. Ik vind het prima om alleen te zijn, ik vermaak me wel. Maar ik vind het leuker om samen te zijn. Dus als hij een dag van 14 uur maakt vind ik het vooral fijn als hij dan weer thuiskomt. Als hij zijn koude lijf tegen mijn warme slaperige lichaam drukt en ik zijn lippen in mijn nek voel. Als ik 's ochtends wakker word en tegen hem aan kan kruipen.
Wanneer hij, zoals nu, niet thuis slaapt, krijg ik lieve welterusten- en goedemorgensmsjes. Ik heb een paar hele leuke dagen gehad met hele lieve mensen. Maar wat is het fijn om af en toe iets tegen iemand te kunnen zeggen. Of alleen al te weten dat dat kan. Iemand die alles van je pikt en bij je wil blijven omdat hij van je houdt en met je wilt trouwen en kindjes krijgen.
Ik ben zo moe. Al een hele tijd. Mijn hoofd werkt niet zoals ik zou willen, maar zelfs nog minder goed dan het de afgelopen maanden deed. Mijn lijf is, net als mijn hoofd, moe. Moe van pijn, moe van teleurstellingen, moe van alles. En dan wil ik tegen mijn lief, mijn liefde, warmte, veiligheid aankruipen. En dat hij zegt: ''t komt wel goed schatje.' Want dan geloof ik dat, even.
Toch ben ik gewend geraakt aan het feit dat hij veel weg moet. Ik had niet gedacht dat ooit te kunnen, daar aan wennen. Ik voel me niet zo alleen als vorig jaar. Maar wat zou het fijn zijn als hij thuis bleef.
Ik wil me niet zo afhankelijk voelen als ik nu doe. Ik voel me kinderachtig en egoistisch, want hij geniet van zijn baan, maar hij geniet minder omdat hij weet hoe moeilijk ik het nu heb. En toch tel ik de dagen af. Nog twee nachtjes voor hij thuiskomt. En op een dag werkt mijn lijf weer mee en doet mijn hoofd weer wat ik wil. Dan kan ik opnieuw leren leven. Dan is het allemaal goed, schatje.
